Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Speelautomatenverordening Arnhem 1993

1.. De burgemeester kan per inrichting slechts vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van ten hoogste twee speelautomaten, met dien verstande dat: ten behoeve van een hoogdrempelige inrichting vergunning kan worden verleend voor het aanwezig hebben van ten hoogste één kansspelautomaat; ten behoeve van een laagdrempelige inrichting geen vergunning kan worden verleend voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat. 2.. De burgemeester kan afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder a en b met dien verstande dat: ten behoeve van de navolgende laagdrempelige inrichtingen geen vergunning kan worden verleend voor het aanwezig hebben van kansspelautomaat: buurt- en clubhuizen, sportkantines, fitnesscentra, videotheken, dansscholen, sauna's, sex-shops en dergelijke; ten behoeve van een niet sub a bedoelde laagdrempelige inrichting vergunning kan worden verleend voor het aanwezig hebben van ten hoogste één kansspelautomaat; ten behoeve van een hoogdrempelige inrichting vergunning kan worden verleend voor het aanwezig hebben van ten hoogste twee kansspelautomaten.

Rechtspraak bij dit artikel