Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.3.1

Speelgelegenheden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Geertruidenberg 2008 (bijgewerkt t/m de 13e wijziging)

1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer vanKoophandel bevoegd is vergunning te verlenen; speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleinekansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. 3. De burgemeester weigert de vergunning: indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbareorde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid. indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met eengeldend bestemmingsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel