Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 5

Artikel 2.1.5.1

Gebruik van de weg; voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995

1.. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan, dan wel voorwerpen of stoffen te plaatsen, aan te brengen of te hebben op, in, over of boven de weg. 2.. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen, niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt en niet boven de rijbaan van de weg zijn aangebracht; zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt en geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; voertuigen; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3; de bedrijfsmatige uitstalling ten verkoop van goederen op een trottoir gelegen voor een winkelpand door de rechthebbende op dat winkelpand, mits het trottoir ter plaatse een breedte heeft van meer dan 1,50 meter en mits tussen de uitstalling en de rand van het trottoir, tussen de uitstalling en op het trottoir geplaatst straatmeubilair dan wel anderszins een vrije doorgang van tenminste 1,50 meter resteert. 3.. Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade (kunnen) toebrengen aan de weg, gevaar (kunnen) opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering (kunnen) vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Onder "weg" worden in dit artikellid mede verstaan voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare verlichting of de openbare nutsvoorzieningen. 4.. Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 5.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerend zaak. 6.. Het in het eerste lid in samenhang met het vijfde lid bepaalde geldt niet voor zover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of het Provinciaal wegenreglement Overijssel van toepassing zijn of voor zover er sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel