**1..** Het maximum aantal speelautomaten waarvoor per inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a. en onder b. van de Wet op de kansspelen vergunning als bedoeld in artikel 30b van die wet wordt verleend, wordt vastgesteld op twee, met dien verstande dat:
voor een inrichting als bedoeld in het artikel 30c, eerste lid, onder a, van die wet, geen vergunning kan worden verleend voor kansspelautomaten;
voor een inrichting als bedoeld in het artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet, vergunning kan worden verleend voor twee kansspelautomaten.
**2..** Dit artikel treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van artikel I sub D van de wet van 24 december 1998, Stb. 1999/9, tot wijziging van artikel 30c van de Wet op de Kansspelen.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1a
Artikel 2.3.1a.1
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995