Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 6

Artikel 2.6.2

Artikel 2.6.2

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995

1.. Carbidschieten in de openlucht is verboden. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen: voor zover carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur, als daarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; voor zover carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom waarbij gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 40 liter: geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal niet meer dan twee bussen worden gebruikt dan wel gebruikslaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten; het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt en daarin geen openbare paden en/of wegen zijn gelegen. 3.. Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is. 4.. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5.. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel