**1..** Het bevoegde bestuursorgaan weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2A.3, eerste lid, indien:
de vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend of in procedure zijnde bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
de speelgelegenheid niet in een gebouw is gevestigd;
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2A.6 gestelde eisen.
**2..** Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning als bedoeld in artikel 2A.3, eerste lid weigeren, indien:
een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten; en voorts indien naar zijn oordeel:
het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid;
het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2A.4 onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;
het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Hoofdstuk 2A
Artikel 2A.7
Gronden voor weigering vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995