**1..** De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid wordt geweigerd indien:
de exploitant - in een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) - of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;
de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan;
er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
een overeenkomstig artikel 3.3.3, tweede lid vastgesteld maximum aantal vergunningen is verleend.
**2..** De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde:
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
in het belang van de veiligheid van personen of goederen;
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostitué(e).
HOOFDSTUK 3 › Afdeling 3
Artikel 3.3.2
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995