Het college kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht; het college kan een zodanige aanwijzing wijzigen of intrekken.
Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking een besluit neemt, vraagt het advies aan de commissie.
Op de voorbereiding van een besluit om aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Het college stelt de gemeenteraad en de commissie in kennis van het besluit tot aanwijzing van, wijziging of intrekking van de aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
Een op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht wordt niet aangewezen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
De aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt geacht te zijn ingetrokken als het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
Hoofdstuk 5
Artikel 15
De aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Overbetuwe 2016