De uitvoering van de werkzaamheden mag niet eerder beginnen dan nadat het college en Gedeputeerde Staten een subsidiebeschikking hebben afgegeven en, voor zover voor de werkzaamheden een vergunning is vereist, deze op grond van de Monumentenwet 1988 en/of de Erfgoedverordening is afgegeven.
De werkzaamheden moeten overeenkomstig de provinciale ‘Uitvoeringsvoorschriften voor duurzame instandhouding van cultuurhistorische waarden’ of door het college vastgestelde nadere regels worden uitgevoerd.
De uitvoering van de werkzaamheden moet zijn voltooid binnen 24 maanden na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, tenzij Gedeputeerde Staten of het college deze termijn hebben verlengd. Een verzoek tot verlenging moet acht weken voor het verstrijken van de termijn bij het college worden ingediend.
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de aanvraag. Het college kan tussentijds toestemming verlenen van de aanvraag af te wijken, mits nog niet met de van de aanvraag afwijkende werkzaamheden is begonnen.
De subsidie-ontvanger is verplicht mee te werken aan een door het college aangewezen onafhankelijke deskundige of deskundigeninstantie uit te voeren controle op de wijze waarop de werkzaamheden worden of zijn uitgevoerd.
Artikel 9
Aanvang, uitvoering en controle werkzaamheden
Onderdeel van Specifieke subsidieregeling cultureel erfgoed gemeente Overbetuwe 2011