Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 3.

Artikel 10

Rapportage en jaarverslag

Onderdeel van Verordening Rekenkamer Wageningen 2010

1.. De Rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 2.. De Rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken gemeenschappelijk orgaan, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. De Rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. Alvorens een rapport openbaar te maken kan de Rekenkamer het voor een eerste reactie voorleggen aan het college. Het college dient zijn eventuele reactie binnen 15 werkdagen schriftelijk mee te delen aan de Rekenkamer. De Rekenkamer voegt de eventuele reactie van het college met haar eventuele wederreactie als bijlage toe aan het rapport. 4.. De Rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. 5.. De Rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en jaarverslagen aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 9, derde lid, tweede en derde volzin, een onderzoek heeft ingesteld, zendt de Rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam. 6.. De rapporten en de jaarverslagen van de Rekenkamer zijn openbaar. 7.. De raad bespreekt de rapporten en jaarverslagen van de Rekenkamer binnen een redelijke termijn, doch uiterlijk binnen 4 maanden na openbaarmaking. De raad nodigt de voorzitter van de Rekenkamer uit bij de bespreking aanwezig te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel