1. De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
eerste lid van de
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de instandhouding
redelijkerwijs zal
plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze
verordening.
2. Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de
exploitatie van een
peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit
deze verordening.
3. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
toezichthouder incidenteel
onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde
voorschriften.
Artikel 5
Onderzoek door de toezichthouder
Onderdeel van Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Urk 2013