Het college kan een uitkeringsgerechtigde als onderdeel van een
traject activiteiten aanbieden in het kader van sociale
activering.
Onder sociale activering wordt verstaan: het verrichten van
onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op
arbeidsinschakeling of als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk
is op zelfstandige maatschappelijke participatie.
Het college kan een uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid
stellen deel te nemen aan maatschappelijk zinvolle activiteiten,
in de vorm van vrijwilligerswerk.
Het initiatief tot het verwerven van vrijwilligerswerk kan zowel
van het college als van de uitkeringsgerechtigde uitgaan.
In een plan van aanpak wordt tenminste vastgelegd het doel van
het sociale activeringstraject en de wijze waarop de begeleiding
plaatsvindt.
Het college stelt de uitkeringsgerechtigde alleen in staat als
vrijwilligers met behoud van uitkering te werken als hierdoor de
concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
er geen reguliere arbeid wordt verdrongen.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Sociale activering en vrijwilligerswerk met behoud van uitkering
Onderdeel van Reïntegratieverordening WWB, IOAW, IOAZ en WIJ gemeente Overbetuwe 2010 (eerste wijziging)