De maatregel als bedoeld in artikel 20, vierde lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ wordt vastgesteld op:
10% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de 1e categorie;
20% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de 2e categorie;
50% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de 3e categorie;
100% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de 4e categorie.
2. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Het besluit waarbij van het opleggen van een maatregel om dringende redenen wordt afgezien, wordt gelijkgesteld met een besluit tot het opleggen van een maatregel.
Artikel 4
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Tijdelijk maatregelenbesluit IOAW/IOAZ gemeente Overbetuwe 2010