**1..** Bij de verlening van een persoonsgebonden budget bij overige voorzieningen worden aan de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
de budgethouder gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor betaling of huur van een voorziening en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten;
de voorziening die wordt aangeschaft voldoet aan het programma van eisen en is kwalitatief verantwoord en voldoet indien van toepassing aan het Kwaliteiten Bruikbaarheids Onderzoek van Hulpmidden (KBOH) keurmerk en/of komt voor op de lijsten van het TNO-keurmerk dan wel een gelijkwaardig keurmerk goedgekeurde hulpmiddelen
in geval van een rolstoel- of vervoersmiddel dient de vervoersvoorziening te worden ingekocht bij een leverancier die erkend is volgens de Erkenningsregeling Revalidatietcchnisch Bedrijf (ERB) en voldoet aan de eisen van het zogenaamde Revakeur;
de budgethouder legt over het verleende persoonsgebonden budget verantwoording af door de nota en het betalingsbewijs van de gerealiseerde voorziening te overleggen;
de budgethouder bewaart de rekening(en) en het betalingsbewijs (betalingsbewijzen) gedurende 7 jaren en stelt deze desgewenst ter beschikking aan het college;
de budgethouder deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van het persoonsgebonden budget.
**2..** Door het college kan worden gecontroleerd of budgethouders aan de verplichtingen zoals genoemd onder 2.3 lid 1 hebben voldaan.
Hoofdstuk 2
Artikel Verplichtingen rondom het persoonsgebonden budget bij overige voorzieningen
Artikel Verplichtingen rondom het persoonsgebonden budget bij overige voorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Gouda 2010