Naar hoofdinhoud
De burgemeester kan de vergunning intrekken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid; gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van zes maanden of langer wordt onderbroken; het KEMA-keur-certificaat door de ondernemer in het eerste jaar van exploitatie van de speelautomatenhal niet wordt verkregen dan wel naderhand wordt verloren. de vrees is gewettigd, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. er sprake is van een situatie waarin niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. de ondernemer of de beheerder binnen de door de toezichthouder gestelde redelijke termijn geen medewerking verleent aan het uitoefenen van toezicht. de aanwezigheidsvergunning voor de aanwezige speelautomaten zijn geldigheid heeft verloren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel