Op een aanvraag om vergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die is ingediend voor het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden voor het van kracht worden van de wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft, dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Het bovenstaande is slechts van toepassing op de artikelen 2.1.5, 2.4.1. en 2.4.2. voor zover deze in overeenstemming zijn met de Wet tot wijziging van de Woningwet inzake het tegengaan op verontreinigde grond (wet op 14 februari 1998, Stb. 1998, 132).
HOOFDSTUK 12
Artikel 12.5
Overgangsbepaling aanvraag om vergunning, vrijstelling of toestemming anderszins bij wijziging verordening.
Onderdeel van Bouwverordening 2000