Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 1

Artikel 6.1.1

Vergunning gebruik bouwwerk

Onderdeel van Bouwverordening 2000

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin: meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een één- of meergezinshuis; bedrijfsmatig de stoffen zullen worden opgeslagen die in de Regeling Bouwbesluit 2003 zijn omschreven als brandbaar, brandbevorderend en bij brand gevaar opleverend; aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft en specifiek bij kamerverhuur bij verschaffing van nachtverblijf aan meer dan drie personen; aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen aan de gebruiksvergunning slechts voorwaarden verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. Hieronder worden begrepen voorwaarden met betrekking tot: stoffering en versiering; uitgangen en vluchtwegen; installaties; standbouw, podia, kramen e.d.; verbrandingsmotoren; verbod voor open vuur en vuurwerk; bewaking en controle; ventilatie en werkzaamheden; brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende stoffen; opstellingsplannen en aanvalsplannen; afval; doorlopend toezicht; brandveiligheidsinstructie en ontruimingsplan uitgaande van de bestaande interne organisatie; het maximaal toelaatbare aantal personen in een ruimte van een gebouw of in een gebouw met het oog op de brandveiligheid; de plaats van, alsmede het aantal en het type draagbare blustoestellen en/of minihaspels. 3.. Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken. 4.. In afwijking van het gestelde in lid 1, onder b, is geen gebruiksvergunning vereist indien de maximum hoeveelheden, genoemd in bijlage 9 van deze verordening, niet worden overschreden. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 1, onder b, indien de in bijlage 9 van deze verordening genoemde maximum hoeveelheden worden overschreden, maar zij van oordeel zijn dat een gebruiksvergunning geen meerwaarde biedt om het brandveilig gebruik te bevorderen.

Rechtspraak bij dit artikel