**1..** Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, een terrein aanwijzen als gemeentelijk archeologisch meldingsgebied.
**2..** Het college besluit over de aanwijzing nadat de commissie om advies is gevraagd.
**3..** De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988, of dat op grond van een provinciale verordening is ingeschreven in een provinciaal register.
**4..** De commissie adviseert binnen tien weken na de dag van ontvangst van het verzoek van het college.
**5..** Indien een belanghebbende heeft verzocht om aanwijzing als gemeentelijk archeologisch meldingsgebied, beslist het college binnen zestien weken na de dag van ontvangst van het advies van de commissie, maar in ieder geval binnen vierentwintig weken na de dag waarop de commissie om advies is gevraagd. Indien de aanwijzing als gemeentelijk archeologisch meldingsgebied geschiedt op initiatief van het college, beslist het college binnen zestien weken nadat het voornemen tot aanwijzing kenbaar is gemaakt.
**6..** Het college kan de in het vijfde lid genoemde termijn met ten hoogste acht weken verlengen, mits het belanghebbenden daarvan in kennis stelt binnen de in het vijfde lid genoemde termijn van zestien weken.
**7..** De aanwijzing als bedoeld in artikel 11, eerste lid wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.
**8..** Het college geeft het aangewezen gemeentelijk archeologisch meldingsgebied aan op een door het college te vervaardigen kaart.
**9..** Op een, bij de in het achtste lid bedoelde kaart, gevoegde lijst worden de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het aangewezen gemeentelijk archeologisch meldingsgebied aangegeven.