In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de wet:
de Wet Werk en Bijstand (Stb. 2003, nr. 375);
b.
woningdeler:
een persoon van 18 jaar of ouder die zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als belanghebbende en met wie de belanghebbende de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (gedeeltelijk) kan delen.
Niet als woningdeler wordt aangemerkt:
a.de echtgenoot van de belanghebbende;
b.de hulpbehoevende bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad;
c.de inwonende kinderen van 18 jaar of ouder met een (structureel) inkomen dat lager is dan de geldende basistoelage WSF verhoogd met 10% van het wettelijk minimumloon tenzij het inwonende kind c.q. de inwonende kinderen een beroep kan/kunnen doen op een voorziening waardoor het inkomen in alle redelijkheid hoger had kunnen zijn dan genoemde grens.
c.
hulpbehoevende:
degene die, indien hij/zij niet te samen met de belanghebbende de woning zou bewonen, is aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een verzorgingstehuis of een andere inrichting ter verpleging en verzorging.
d.
woning:
woning of woonwagen.
Paragraaf 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening toeslagen op en verlagingen van de bijstandsnorm