**1..** Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
aansluiting van een particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
tot stand te brengen of te wijzigen.
**2..** De vergunning geldt voor de rechthebbende en is perceelsgebonden.
**3..** Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen
voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting
tussen de particuliere aansluitleiding en het openbaar riool:
voor de afvoer van afvalwater naar een daarvoor bedoeld
leidingenstelsel;
voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoeld
buizenstelsel, als ter plaatse een gescheiden stelsel
aanwezig is en redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat
het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
oppervlaktewater wordt gebracht;
voor het tijdelijk afvoeren van bronneringswater als er geen
oppervlaktewater in de nabije omgeving aanwezig is;
voor de afvoer van grondwater als ter plaatse een
drainagestelsel of een gemengd stelsel aanwezig is.
**4..** Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één
particuliere afvoerleiding op het openbaar riool een
aansluitvergunning aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één
vergunning verleend, waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden
vermeld.
**5..** In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden
opgenomen met betrekking tot:
het tot stand brengen van de aansluiting;
het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
aansluitleiding;
sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;
de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als de
aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater
en dit een tijdelijke aansluiting betreft.
**6..** Als de rechthebbende binnen 26 weken na verlening van de
aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of
wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning
betrekking heeft, uit te voeren, kunnen burgemeester en wethouders
de aansluitvergunning intrekken.