Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Ingangsdatum en tijdvlak van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ en Bbz 2004 gemeente Renkum 2015

1.. Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand voor de kosten van levensonderhoud die is verleend met toepassing van artikel 12 of 35 van de Participatiewet over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm. 2.. Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden als een verlaging overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken. 3.. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, eerste lid, opnieuw een uitkering ontvangt. 4.. Indien het zelfstandigen betreft die een uitkering voor levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van de Bbz 2004 hebben ontvangen, kan de verlaging met terugwerkende kracht worden opgelegd bij de definitieve vaststelling van de bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel