Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3.

De berekeningsgrondslag

Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/ Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Goes

Eerste lid In dit lid is het uitgangspunt vastgelegd dat een maatregel wordt opgelegd over de bijstandsnorm, dan wel de grondslag. Onder de bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm, inclusief gemeentelijke toeslag of verlaging en inclusief vakantietoeslag, dan wel de netto grondslag. Tweede lid Aan 18 tot 21-jarigen die een lage jongerennorm ontvangen, wordt indien noodzakelijk aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud verleend. Indien de maatregel alleen op de lage jongerennorm wordt opgelegd, zou dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van de 21-jarigen. Onderdeel b. maakt het mogelijk om in incidentele gevallen een maatregel op te leggen op de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag. Er moet dan wel een verband bestaan tussen de gedraging van de belanghebbende en zijn recht c.q. aanspraak op bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag. Derde lid Deze bepaling maakt het mogelijk bij zelfstandigen die bijstand voor het levensonderhoud krachten het Bbz ontvangen of hebben ontvangen een maatregel op te leggen op de bijzondere bijstand die wordt of is verstrekt voor woonkosten en/of de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het Bbz 2004 gaat primair uit van de eigen verantwoordelijkheid van de zelfstandige. In dit kader betekent dit dat de zelfstandige zelf verantwoordelijk is voor het afsluiten van een toereikende particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze verzekering wordt beschouwd als een voorliggende voorziening op bijstand. Een zelfstandige die verwijtbaar geen arbeidsongeschiktheidsverzekering of een arbeidsongeschiktheidsverzekering met een te lage dekking of te lange wachttijd heeft afgesloten en die bij ziekte/arbeidsongeschiktheid een beroep doet op bijstand (Bbz), heeft een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de bestaansvoorziening betoond. Een afwijzing van de bijstandsaanvraag op grond van artikel 15, eerste lid, van de WWB is echter niet aan de orde, aangezien na het ingaan van de arbeidsongeschiktheid sprake zal zijn van feitelijke onverzekerbaarheid. Er kan dan geen sprake meer zijn van een beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening. Wel kan, als uitkering wordt verleend omdat aan de overige voorwaarden voor het verkrijgen van recht op uitkering is voldaan, een maatregel aan de orde zijn. Een soortgelijke situatie doet zich voor als een zelfstandige verwijtbaar te hoge woonkosten heeft. Vierde lid Omdat de maatregel het gevolg is van het schenden van aan het recht op bijstand verbonden verplichtingen en gezien moet worden als de “keerzijde van de medaille”en niet als een boete, wordt in het derde lid geregeld dat de maatregel ten hoogste het bedrag aan bijstand kan bedragen waarop belanghebbende recht zou hebben gehad als er geen maatregel was opgelegd. Is door het verrekenen van inkomsten of herziening van het recht op bijstand het recht minder dan de verlaging die overeenkomstig deze verordening zou moeten worden toegepast, dan moet het college een geringere verlaging toepassen van ten hoogste het resterend recht op bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel