Het college besluit in ieder geval de schuldhulpverlening te beëindigen indien:
verzoeker niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 5, eerste en tweede lid;
verzoeker of belanghebbende voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten;
als verzoeker is toegelaten tot de Wsnp;
het besluit is genomen op grond van door verzoeker aangeleverde gegevens die onjuist blijken te zijn;
verzoeker is komen te overlijden;
verzoeker niet langer inwoner is van de gemeente en er nog geen minnelijke schuldregeling tot stand is gekomen;
verzoeker zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;
verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen;
de geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is;
verzoeker zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
wanneer het vooraf geformuleerde doel is bereikt.
Artikel 8
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels Gemeentelijke schuldhulpverlening Westland