**1..** Het college besluit in ieder geval de schuldhulpverlening te weigeren indien:
Verzoeker één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 5, eerste en tweede lid niet of in onvoldoende mate is nagekomen;
verzoeker ondubbelzinnig verklaart of uit zijn houding en gedrag ondubbelzinnig blijkt dat hij niet bereid is de beschikbare aflossingscapaciteit in middelen en vermogen te gebruiken voor delging van zijn schulden;
verzoeker niet heeft aangetoond gemotiveerd te zijn om de onderliggende oorzaak van de schulden te willen oplossen, bijvoorbeeld door na te laten de naar het oordeel van het college benodigde hulpverlening te zoeken en te aanvaarden;
verzoeker zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;
verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen;
verzoeker heeft binnen 6 maanden voorafgaand aan het verzoek tot schuldhulpverlening een traject schuldhulpverlening van de gemeente beëindigd zien worden;
verzoeker heeft binnen 3 jaar voorafgaand aan het verzoek tot schuldhulpverlening een traject in het kader van de Wsnp of een minnelijke regeling afgerond;
er is sprake van fraude in het jaar voorafgaand aan de aanvraag schuldhulpverlening.