Naar hoofdinhoud

Beleidsregels

Artikel 2.2

Opstapplaatsen en afstandscriteria

Onderdeel van Beleidsregels uitvoering verordening leerlingenvervoer

Wettelijke grondslag: Art.3, lid 1, van de verordening Leerlingenvervoer: ”Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school,(…)” Art. 1, onder n, van de Verordening Leerlingenvervoer: ”opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;” De Afdeling rechtspraak van de Raad van State heeft in haar jurisprudentie uit 1992 het uitgangspunt dat het vervoer kan plaatsvinden vanaf centrale opstapplaatsen aanvaard. (Uitspraak van 26 januari 1992; nr. R03.89.0419/83-107 en uitspraak van 24 augustus 1992; nr. R03.90.1504/83-105). B. Beleidsregel: Opstapplaatsen In verband met de efficiënte uitvoering van het vervoer wordt voor leerlingen die aangepast vervoer aangeboden krijgen gebruik gemaakt van centrale opstapplaatsen. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, worden de leerlingen die op basis van art 18, lid 1, onder a, of op basis van artikel 26, lid 1, onder a, van de Verordening leerlingenvervoer, vanwege een handicap aangepast vervoer aangeboden krijgen, vanaf het huisadres vervoerd. Het college deelt de ouders/verzorgers in de beschikking mee of voor het vervoer van de leerling gebruik zal worden gemaakt van een centrale opstapplaats. Als dit het geval is, wordt de locatie van de toegewezen opstapplaats in de beschikking genoemd. C. Beleidsregel: De afstand van de opstapplaatsen tot de woning van de leerling Voor de leerlingen die op grond van het gestelde in artikel 13 dan wel op grond van artikel 18, eerste lid, onder b en c, van de Verordening Leerlingenvervoer aangepast vervoer aangeboden hebben gekregen, bedraagt de afstand van de woning tot de opstapplaats maximaal de afstand zoals in de verordening is bepaald ten aanzien van de afstand die niet voor bekostiging in aanmerking komt. Dit is 6 kilometer. Het college meet de afstand tussen de woning en de school, de afstand tussen de opstapplaats en de school en de afstand tussen de woning en de opstapplaats m.b.v. de ANWB-routeplanner. Indien deze routeplanner niet langer beschikbaar is, kan het college een andere routeplanner aanwijzen. D. Beleidsregel: Aanwijzing van de opstapplaatsen door het college Jaarlijks stelt het college, aan de hand van het overzicht van de te vervoeren leerlingen, het aantal en de locaties van de centrale opstapplaatsen vast. Vanwege de beoogde efficiency van het vervoer stelt het college niet meer opstapplaatsen vast dan noodzakelijk. Indien voor het vervoer van de leerling gebruik wordt gemaakt van een centrale opstapplaats, wordt per leerling in principe één centrale opstapplaats toegewezen die het dichtst bij het huisadres is gelegen. Met het aanvraagformulier kunnen de ouders/verzorgers het college gemotiveerd verzoeken om een andere opstapplaats dan de meest dichtstbijzijnde toe te wijzen. Om redenen van efficiency behoudt het college zich echter het recht voor om een dergelijk verzoek niet toe te kennen. E. Kwaliteitseisen voor de opstapplaatsen Hierbij worden de volgende criteria in ogenschouw genomen: Bij de centrale opstapplaats moet voldoende ruimte zijn voor de kinderen om, eventueel onder begeleiding van hun ouders/verzorgers, veilig te wachten. Bij de centrale opstapplaats moet voldoende parkeergelegenheid zijn. Bij voorkeur biedt een centrale opstapplaats beschutting tegen neerslag en wind.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel