1. In door het college aan te wijzen gebieden wordt het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater binnen
een maand nadat deze aanwijzing bekend is gemaakt, beëindigd.
2. Het college kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt.
3. Het college verleent ontheffing van de verplichting tot afkoppelen indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.
4. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2.
Plicht tot afkoppelen
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater gemeente Waterland 2013