Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Recidive

Onderdeel van Afstemmingsverordening Uitkeringen 2013 BA-Ridderkerk

Indien binnen twaalf maanden na een eerste verwijtbare gedraging wederom sprake is van een verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de hoogte of duur van de verlaging. Een verlaging kan nooit hoger zijn dan 100%. Daarom is bij gedragingen waar relatief zware verlagingen voor gelden, gekozen voor een verdubbeling van de duur van de maatregel in plaats van de hoogte. Met de eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging bedoeld die aanleiding is geweest tot een verlaging, ook indien wegens dringende redenen is afgezien van het opleggen van een verlaging. Is vanwege de afwezigheid van elke vorm van verwijtbaarheid afgezien van een verlaging, dan is het niet mogelijk om bij toepassing van recidive deze gedraging mee te tellen. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van twaalf maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de verlaging is opgelegd is verzonden. Daarnaast gaat de verordening in op situaties dat een belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom verwijtbaar gedrag vertoont, en daarin zelfs blijft volharden. Van belang is om belanghebbende steeds te informeren over de gevolgen die optreden bij herhaling van verwijtbare gedragingen.

Rechtspraak bij dit artikel