Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 102

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per terrein is er één hoofdmassa, die met de voorgevel wordt gericht op de belangrijkste openbare ruimte(n) • het hoofdgebouw is vrijstaand en individueel • het individuele gebouw binnen een ensemble is deel van het geheel en voegt zich hier naar • bijgebouwen zijn ondergeschikt • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen zoveel mogelijk beperken Massa • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm die bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met flauw hellende kap of plat dak • gebouwen hebben per cluster samenhang • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat • aanbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het gebouw • geledingen in massa zijn wenselijk Architectonische uitwerking • er is ontwerpaandacht voor alle details • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • de detaillering is per cluster in samenhang • entreepartijen vormgeven als accent of als zelfstandig volume • bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen of houten delen • hellende daken dekken met pannen of plaatmateriaal met een structuur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang, waarbij eventuele verenigingskleuren als contrastkleur kunnen worden ingezet zonder de boventoon te voeren

Rechtspraak bij dit artikel