Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 109

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen oriënteren op de weg • representatieve, openbare en woonfuncties naar de straat richten • de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend • gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa • gebouwen hebben een onderbouw van maximaal twee lagen met een plat of flauw hellend dak • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen evenwichtig, gevarieerd en sober • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels bestaan uit materialen met een structuur, zoals baksteen, hout of plaatmateriaal • kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang

Rechtspraak bij dit artikel