Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 113

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen indien mogelijk oriënteren op de weg • representatieve en openbare functies bij voorkeur naar de straat richten • de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht van de noordelijke rand plaats Massa • gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend • gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa • gebouwen hebben een onderbouw van maximaal twee lagen met een plat of flauw hellend dak • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes • gebouwen zijn bij voorkeur individueel • gebouwen bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa en hebben een plat of flauw hellend (zadel)dak • aanbouwen zijn bescheiden en ondergeschikt • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als bescheiden accenten van een industriehal of als zelfstandige volumes Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen evenwichtig, gevarieerd en sober • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op de omringende bebouwing Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn overwegend utilitair • gevels bestaan uit materialen met een structuur, zoals baksteen, hout of plaatmateriaal • kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang met hier en daar een accent Overig • reclame is bescheiden en past bij de architectuur van het gebouw

Rechtspraak bij dit artikel