Voor de bijzondere gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en maat
• alleen op daken met helling van minstens 30 graden
• afstand tot voorgevellijn minstens 1,00 m
• minstens 0,50 m dakvlak boven en aan weerszijden van de dakkapel
• minstens 0,50 en hoogstens 1,00 m dakvlak onder de dakkapel met de onderkant van het kozijn minimaal 0,85 m boven de vloer
• in een mansardekap in het onderste dakvlak plaatsen aansluitend op de knik
• op een wolfseind geen dakkapel plaatsen
• aan een voorkant hoogte maximaal 1,50 m en breedte in totaal hoogstens 50% van het dakvlak Vorm en uitwerking
• plat afdekken
• bescheiden detaillering zonder nadrukkelijke ornamenten, afgestemd op hoofdgebouw
• boeiboord hoogstens 0,30 m en eventueel een klein overstek
• materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw
• dichte panelen in het voorvlak slechts beperkt toepassen
• zijwangen donker, wit of in de kleur van het dakvlak danwel uitvoeren in zink Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed
• de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of lood of bekleden met horizontale (houten) delen in een donkere en gedekte kleur of de kleur van het houtwerk
• dakkapellen blijven minimaal 1,00 m onder de nok
• in gebied 1A zijn dakkapellen smal en geplaatst op bouwmuur of goot
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 137
Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden
Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen