Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 159

Criteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt, in samenhang met de beschrijving en uitganspunten aangevuld met het karakter van het gebouw, in relatie tot de gebieds- en objectcriteria getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per erf of kavel is er in beginsel één hoofdmassa, die herkenbaar is als zelfstandige eenheid (met uitzondering van rijen en samenhangende straatwanden) • eventuele nieuwe aanbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt • rooilijnen zijn afhankelijk van de landschappelijke of stedenbouwkundige inpassing • doorzichten op landschap behouden en waar mogelijk versterken Bouwmassa • gebouwen zijn individueel en afwisselend of deel van een ensemble • bij aanpassing de contouren en het silhouet van het oorspronkelijke gebouw zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk herstellen • gebouwen hebben in de regel een enkelvoudige hoofdvorm met een steil hellend dak Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig afgestemd op het oorspronkelijk karakter met representatieve voorzijde • ornamenten als gootklossen, gevelstenen en muurschilderingen alleen aanbrengen als dit past binnen de historische context • bijgebouwen en toevoegingen zoals aanbouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op de hoofdmassa (hedendaagse interpretatie van historische kenmerken is mogelijk en bij grotere aanpassingen in beginsel kiezen voor een meer eigentijdse terughoudende architectuur) • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke vormgeven als zelfstandige elementen, zorgvuldig detailleren met aandacht voor profiel en gevelreliëf (verhouding negge, kozijnhout, onderdorpels en dergelijke) • gevels hebben een verticale geleding met in het woongedeelte van het hoofdgebouw staande en hoge ramen met een onderverdeling Materiaal en kleur • bij aanpassingen in beginsel kiezen voor oorspronkelijke materialen en kleuren danwel afstemmen op de aard en het historisch karakter van het gebouw of ensemble • gevels zijn in beginsel van baksteen in aardtinten (soms voorzien van stuc of blokstuc) danwel van hout, het voegwerk komt overeen met oorspronkelijk voegwerk • hellende daken dekken met keramische, holle pannen of natuurlijk riet • kleuren zijn terughoudend, traditioneel en afgestemd op de van oorsprong toegepaste kleuren • referentiekleuren historisch kleurgebruik (met kleurcode als benadering): Deze lijst is niet limitatief, maar te zien als hoofdrichting en aan te vullen met kleuren als zwart, donkerblauw, engels bruin, okergeel, olijfgroen en ongebrande sienna (eventueel aan de hand van kleuronderzoeken).

Rechtspraak bij dit artikel