Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 21

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) en eventueel meerdere voorgevels geven • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee bouwlagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap • de nok is evenwijdig aan of staat haaks op de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap, grotere massa's onderverdelen • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdelen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op de omringende bebouwing

Rechtspraak bij dit artikel