Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 24

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke havenkarakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (eventueel meerdere voorgevels geven) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met kap of plat dak, afgestemd op de context • aan de haven komen grote pakhuizen van vier tot zes lagen met kap en een of meerdere topgevels voor, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing • gevelcompositie afstemmen op de bestaande situatie (gevels historische bebouwing in beginsel behouden) • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels uitvoeren in aardkleurige baksteen of deels in een lichte tint keimen of pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen of leien • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn bij voorkeur traditioneel

Rechtspraak bij dit artikel