Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 32

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte • de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent • verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding • de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd • gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels • woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang • woningen bestaan uit een onderbouw met één tot twee bouwlagen en met nadrukkelijke kap • woningen hebben een zadeldak, mansardekap of schilddak • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • op- en aanbouwen zijn van hetzelfde model, materiaal en kleur in samenhang met de compositie van het woningenblok, bijgebouwen zijn ondergeschikt • aantasting van dakvlakken door grote dakkapellen, dakramen en dakopbouwen voorkomen • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang • gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding als gemetselde muurtjes, hekwerken en  hagen zoveel mogelijk behouden) Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang • gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen met hier en daar stuc- en siermetselwerkaccenten en bij uitzondering in een lichte kleur gestuct • hellende daken van de woningen voorzien van rode of gesmoorde keramische dakpannen • kozijnen en deuren uitvoeren in hout of houtachtige materialen • kleuren zijn traditioneel en afgestemd op de omringende bebouwing

Rechtspraak bij dit artikel