Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 36

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral  de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak • accenten in massa hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen zijn indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • appartementengebouwen harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd • bij woningen aan voorkanten de herhaling behouden • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen bij voorkeur een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij en het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren

Rechtspraak bij dit artikel