Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 40

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral  de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met flauw hellend zadeldak of plat dak • appartementengebouwen hebben bij voorkeur een eenvoudige vorm en zijn in beginsel middelhoog • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakopbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel (er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat) • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen

Rechtspraak bij dit artikel