Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 45

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en de beeldkwaliteitplannen getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral  de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • appartementengebouwen en gebouwen met een bijzondere functie kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een nadrukkelijke kap of tot drie lagen met plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte of vormgeving afstemmen op stedenbouwkundige opzet • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijksoortig uitvoeren • erkers zijn hoogstens 1,50 m diep • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en afgestemd op het gevarieerde beeld van de jaren ‘30 architectuur met een nadruk op horizontale belijning • bij rijenwoningen aan een voorkant zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke rijk detailleren • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen bij voorkeur een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • accenten in hoogte en vormgeving kunnen een enigszins afwijkende kleur krijgen • gevels zijn bij voorkeur van baksteen, daken dekken met keramische pannen • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in  kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa

Rechtspraak bij dit artikel