Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 50

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen • Onderstaande criteria zijn te interpreteren in het licht van het hoge ambitieniveau voor de nieuwbouw. Eventuele afwijkingen zijn denkbaar bij een gelijk ambitieniveau. Ligging • gebouwen staan vrij op de kavel • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg • expeditieruimte zoveel mogelijk aan de achterzijde van het gebouw situeren • opslag vindt in beginsel uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn overwegend vrijstaand, individueel en representatief • gebouwen hebben een eenvoudige vorm • gebouwen hebben een onderbouw van meerdere lagen met plat dak • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes • bedrijven zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien • materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume •  kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang

Rechtspraak bij dit artikel