Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van wat in de omgeving gebruikelijk is en daarmee onevenredig afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit.
Dit kan voorkomen als een bouwwerk in afwijking van de vergunning wordt gebouwd of bij plannen die niet preventief worden getoetst. De burger mag het initiatief nemen binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. Dit betekent echter niet dat deze plannen welstandsvrij zijn. Het initiatief zal voldoende moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is.
Ook vergunningvrij bouwen kan leiden tot een exces. Bouwwerken waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, moeten ook aan minimale welstandseisen voldoen. Om te voorkomen dat een bouwwerk als exces wordt bestempeld, is het overigens mogelijk voorafgaand aan de bouw de welstandsnota te raadplegen en advies te vragen bij de gemeente.
Volgens de wet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces in het geval van cultureel erfgoed. Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen op excessen in de welstandsnota zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving
De plaatsing van een schuur voor de voorgevel of het dichttimmeren van gevel openingen kan het zicht op een bouwwerk hinderen. Een hoge schutting voor de voorgevellijn heeft hetzelfde effect. Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden
Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Denk hierbij aan twee dakkapellen boven elkaar in een dakvlak. Ook is hier sprake van bij een grondige gevelwijziging (zandstralen, ander voegwerk, andere kleur schilderwerk, nieuwe pannen, etcetera) van één van de woningen van een twee-onder-een-kapwoning, waardoor de eenheid verloren gaat.
Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk, zoals scheurvorming in de gevels, betonrot of afbrokkelende onderdelen. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. Armoedig materiaalgebruik
Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente op basis van welstand verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. Felle of contrasterende kleuren
Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, zoals het geval kan zijn na wijziging van een individuele woning in een blok of complex, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom welstandshalve ongewenst. Te opdringerige reclames
Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging van het gebouw. In een winkelgebied of op een bedrijventerrein is reclame meer op zijn plaats dan in een woonwijk. Ook de omvang van een gebouw is hierop van invloed. Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is
Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen zoals vlaggen, schilderingen, spandoeken, verlichting, antennes en airco’s te veel uit de toon vallen. Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is. Gebiedsvreemde bouwstijlen zoals Chinese daken zijn hier een voorbeeld van. Net als een individuele uiting in een gebied met een seriematig karakter.
Aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de welstandsluwe gebieden zijn deze criteria wat grover gesteld en in de bijzondere gebieden juist wat preciezer. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden.