Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging
• gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn
• gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte
• bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw
• gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa
• de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte
• woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of twee tot drie lagen met plat dak
• appartementengebouwen zijn middelhoog en voorzien van een kap of plat dak
• de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel
• accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding
• uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in beginsel per woningtype gelijk uitvoeren
• gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking
• de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en van inbreidingen zorgvuldig
• bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden
• individuele woningen kunnen een individuele uitstraling hebben
• elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen
• op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter
• de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven
• wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur
• materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en per stedenbouwkundige eenheid in samenhang
• gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren
• op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa