Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 82

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral  de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan voorkanten de herhaling behouden • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen

Rechtspraak bij dit artikel