Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 90

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vormen de openbare ruimte • gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen of maken deel uit van het patroon van het cluster • expeditieruimte zoveel mogelijk van de openbare ruimte afkeren • opslag vindt uit het zicht plaats Massa • de bouwmassa en gevelopbouw zijn gedifferentieerd en in harmonie met het gebiedskarakter • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de onderste laag kan verspringen om de openbare ruimte te vormen • gebouwen hebben enkele lagen en zijn in beginsel voorzien van een plat dak • de individuele winkel of woning binnen een blok is deel van het geheel • entreepartijen en terrassen binnen de hoofdlijnen van het geheel vormgeven als accenten Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel (er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat) • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk binnen de doorgaande lijn van het geheel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kleine wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume, grote wijzigingen beschouwen als een vernieuwing van het geheel Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen in combinatie met beton en glas • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang • materialen en kleuren van ondergeschikte bouwdelen afstemmen op het hoofdvolume of cluster

Rechtspraak bij dit artikel