Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 94

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vrij op de kavel • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen zijn met de voorgevel gericht op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen van de hoofdmassa’s zijn teruggelegen en volgen de weg • expeditieruimte zoveel mogelijk aan de achterzijde van het gebouw situeren • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn overwegend vrijstaand, individueel en representatief • gebouwen hebben een eenvoudige vorm • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met plat dak • entreepartijen en kantoorgedeelten zijn vormgegeven als accenten of als zelfstandige volumes • bedrijven zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien • materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume •  kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang

Rechtspraak bij dit artikel