Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 98

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het hoofdgebouw aan de straatzijde, bijgebouwen in ondergeschikte positie • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • de bebouwing met de voorgevel op de weg richten en concentreren in de ontginningslinten, met behoud van doorzichten naar het landschap • (agrarische) bedrijfsgebouwen liggen achter woongebouw en bijgebouwen • gebouwen liggen op enige afstand van de perceelsgrens of de slootkant • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld inritten voorkomen Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend • woongebouwen bestaan uit één tot anderhalve laag met kap • bedrijfsgebouwen bestaan uit een onderbouw van één laag met bij voorkeur een kap en hebben een eenvoudige hoofdvorm met ongedeelde hoofdmassa • nok is in beginsel haaks op de weg of evenwijdig aan de verkavelingsrichting • zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa en eenvoudig van vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand doorbreken • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels van woongebouwen zijn bij voorkeur van baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal • hellende daken van woningen dekken met pannen of riet, daken van bedrijfsgebouwen zijn bij voorkeur donkergrijs • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur • kleuren zijn traditioneel, terughoudend en harmoniëren met de omringende bebouwing • bedrijfsgebouwen in terughoudende kleuren uitvoeren (wanden bij voorkeur in groentinten en daken bij voorkeur donkergrijs) • aanbouwen en bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik afstemmen op de hoofdmassa en aan een voorkant traditioneel uitvoeren of bijgebouwen uitvoeren in gepotdekselde planken

Rechtspraak bij dit artikel