Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening Wet inburgering Tubbergen 2009

1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10 , eerste lid, bedraagt ten hoogste 20 procent van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van twee maanden indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, bedraagt ten hoogste 50 procent van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van twee maanden indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50 procent van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van één maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. 4.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50 procent van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van twee maanden indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. 5.. Bij de vaststelling van het boetebedrag voor inburgeringsplichtige zonder WWB-uitkering geldt de bijstandsnorm die voor betrokkenen geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn, zonder nadere vaststelling van de woonomstandigheden. Er wordt in alle gevallen uitgegaan van de norm voor zelfstandig wonenden. 6.. De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt maximaal het daarvoor in artikel 34 van de wet genoemde bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel