Naar hoofdinhoud
1.. Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de verordeningen genoemd in artikel 34, tweede lid, blijven, als en voorzover het onderwerp waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook vervat is in deze verordening, van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 34, tweede lid, blijven - als en voorzover de bepalingen op grond waarvan deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3.. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn. 4.. Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van een verordening bedoeld in artikel 34, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast. 5.. De verplichtingen die voortvloeien uit de ingevolge artikel 34, tweede lid ingetrokken verordeningen, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel