1. Het bepaalde in de voorgaande artikelen is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van klaagschriften, met dien verstande dat de hoorzitting niet in het openbaar plaats vindt.
2. De commissie kan gedurende een onderzoek de klager en het verwerend orgaan voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen.
3. De commissie kan, indien zulks ter beoordeling van een klacht noodzakelijk wordt geacht, ook anderen dan het verwerend orgaan en/of de personen op wier gedraging het onderzoek betrekking heeft in de gelegenheid stellen van een klacht kennis te nemen en daaromtrent mondeling of schriftelijk verklaringen af te leggen. Van een mondelinge verklaring wordt een verslag gemaakt.