Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.3

Exploitatie terras bij een horecabedrijf

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Harlingen

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op bij een horecabedrijf behorende terras, voorzover dit zich op de weg bevindt, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. 2. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een terras bij het horecabedrijf. 3. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gevestigd of zal worden gevestigd, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van een terras bij het horecabedrijf. 4. Onverminderd het gestelde in het tweede en derde lid kan de burgemeester de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van de weg ten behoeve van een bij een horecabedrijf behorend terras weigeren : a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel een gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; 5. De burgemeester kan ter behartiging van de in de vorige leden genoemde belangen voor de gehele gemeente of delen daarvan nadere regels stellen omtrent het gebruik van terrassen. 6. Dit artikel geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Fryslân van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel