Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2009

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, eerste lid: wordt uitgereikt: op het moment van het doen van de uitreiking; wordt toegezonden: algemeen: binnen één maand na de dagtekening; bij toepassing van onderdelen 1 en 2 van de tarieventabel: in twee termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op 1 maart en de tweede termijn op 1 oktober van het belastingjaar. De bij wege van aanslag geheven belasting moet worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt ingeval de gemeente is gemachtigd tot automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. In afwijking van in zoverre van het tweede en derde lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting of andere heffingen of belastingen gelijk of minder is dan € 80,-- of gelijk of meer is dan € 4.540,-- dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 5 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel